“Jij verdient een sticker, omdat je niet hebt gehuild”

Bij de dokter, tijdens de eerste zwemles, bij het afscheid op school of op andere spannende momenten: kinderen kunnen hun spanning, angst of verdriet uiten door te huilen.
Om ervoor te zorgen dat zulke momenten ‘beter’ verlopen, wordt een kind soms beloond wanneer het níét huilt. Bijvoorbeeld met een sticker.
Dat geeft mij altijd een beetje de kriebels.
Niet omdat een sticker per definitie verkeerd is. Maar omdat ik me afvraag: "Welke boodschap geven we kinderen mee over emoties wanneer we gedrag belonen dat emoties juist wegduwt?"
Is “Ik deed het goed, want ik heb niet gehuild” echt wat we kinderen willen leren?
Want achter huilen kan van alles schuilgaan. Angst. Onzekerheid. Overprikkeling. Onduidelijkheid. Verdriet. Of gewoon gemis. Voor een kind in groep 1 kan ‘zo lang weg zijn van papa of mama’ bijvoorbeeld een enorme stap zijn. Mag die heimwee er zijn?
Van huilen naar nieuwsgierigheid
Persoonlijk denk ik dat we als volwassenen minder nadruk mogen leggen op het huilen zelf en onze aandacht meer mogen verschuiven naar de vraag: Wat vertelt deze emotie ons?
In plaats van:
“Wat knap dat je niet hebt gehuild!”
“Ach joh, tranen weg. Zo spannend is het niet.”
“Niet huilen. Je bent toch een grote, stoere jongen/meid?”
Kunnen we ook zeggen:
“Wat knap dat je hebt verteld dat je het spannend vond.”
“Wat dapper dat je toch naar binnen ging terwijl je verdrietig was.”
“Wat goed dat je zei wat je nodig had.”
“Wat knap dat je een knuffel kwam vragen. Dat hielp jou om weer rustig te worden.”
Het verschil lijkt klein, maar de boodschap is wezenlijk anders.
We belonen dan niet het wegdrukken van de emotie, maar het leren omgaan met die emotie.
Wat leert een kind eigenlijk?
Wanneer de focus vooral ligt op het huilen en op wat ‘niet mag’, kan een kind op zo'n emotioneel moment moeilijk bedenken wat het wél kan doen.
En wanneer wij als volwassenen vooral reageren op de buitenkant (het huilen, schreeuwen of boze gedrag) missen we soms de kans om samen te ontdekken wat er aan de binnenkant gebeurt.
Een kind leert dan niet:
Wat voel ik? Waar komt dat gevoel vandaan? Wat heb ik nodig? Wat helpt mij om hiermee om te gaan?
Terwijl dát juist enorm belangrijke vaardigheden zijn voor de sociaal-emotionele ontwikkeling.
Want wanneer kinderen steeds de boodschap krijgen: “Niet huilen = knap”
kunnen ze onbewust gaan denken:
“Dat gevoel dat ik vanbinnen heb, is blijkbaar niet goed. Ik moet doen alsof het er niet is.”
En zo kan er langzaam een te hard harnas ontstaan.
Een harnas kan ons soms beschermen. Maar wanneer we het altijd aanhouden, kan het ook in de weg gaan zitten.
Huilen is geen gebrek aan weerbaarheid.
Emotionele weerbaarheid betekent juist óók dat een kind leert voelen wat er gebeurt, emoties leert herkennen en benoemen en stap voor stap leert om ermee om te gaan.
Wat helpt dan wél?
1. Normaliseer de emotie
Een kind hoeft niet eerst te stoppen met huilen voordat jij kunt erkennen wat er aan de hand is.
Bijvoorbeeld:
“Je bent verdrietig. Huil maar even. Dat geeft helemaal niets.”
Of:
“Je vindt het spannend. Dat is helemaal niet gek. Alles is nog nieuw.”
Erkenning kan op zichzelf al helpen om spanning te laten zakken. Je hoeft een emotie niet meteen op te lossen.
2. Geef duidelijkheid over wat er gaat gebeuren
Spanning wordt vaak groter wanneer kinderen niet weten wat ze kunnen verwachten.
Maak een spannend moment daarom zo voorspelbaar mogelijk:
“Papa loopt met je mee naar binnen. Dan kies jij een spelletje. Ik kijk even mee. Daarna geef ik je een kus en zeggen we doei.”
Je vertelt daarmee niet alleen wat er gaat gebeuren, maar geeft het kind ook een gevoel van houvast.
3. Geef kinderen helpende zinnetjes mee
Sommige situaties zijn makkelijker wanneer kinderen een soort klein ‘script’ hebben dat ze kunnen herhalen.
Bijvoorbeeld:
“We kunnen elkaar missen én een leuke dag hebben.”
“Mama gaat werken en ik ga naar school. Vanmiddag zien we elkaar weer.”
“Het is spannend en ik kan het toch proberen.”
Door zulke zinnetjes regelmatig samen te oefenen, geef je kinderen iets om op terug te vallen wanneer hun emoties hoog oplopen.
4. Praat over de binnenkant
Help kinderen woorden te geven aan wat er onder het huilen zit.
Is het spannend?Ben je bang dat papa of mama niet terugkomt?Mis je thuis?Weet je niet goed wat er gaat gebeuren?Is het te druk?Of heb je gewoon behoefte aan een knuffel?
Je kunt thuis bijvoorbeeld samen een eenvoudig overzicht maken met dingen die je kind wel fijn en niet zo fijn vindt op school.
Dat helpt een kind niet alleen om jou te vertellen wat er speelt. Het helpt ook om de eigen binnenwereld steeds beter te leren begrijpen.
5. Geef kinderen meer voorspelbaarheid en autonomie
Een kalender kan enorm helpen bij (jonge) kinderen.
Hang bijvoorbeeld de dagen van de week op en maak zichtbaar:
welke leerkracht er is;
wanneer papa of mama hen komt ophalen;
wanneer ze naar de BSO gaan;
welke bijzondere activiteiten eraan komen.
Hoe meer een kind weet wat het kan verwachten, hoe minder het hoeft te dragen aan onzekerheid en de tijd en ruimte krijgt om zich (mentaal) voor te bereiden.
6. Maak de overgang tussen thuis en school makkelijker
Voor sommige kinderen is de overgang van thuis naar school best groot.
Bekijk thuis eens samen de foto’s van de klas in de ouderapp. Vraag bijvoorbeeld:
“Wie zat er naast jou vandaag?”
“Wat deden jullie buiten?”
“Was er vandaag iets grappigs?”
Zo ontstaan soms vanzelf gesprekjes over de schooldag en krijgen gebeurtenissen op school een plek binnen het vertrouwde verhaal van thuis.
7. Bied na erkenning weer iets aan
Emotie-coaching betekent niet dat je eindeloos over een emotie moet blijven praten.
Soms heeft een kind na erkenning en troost juist behoefte aan een volgende stap.
“Je mist mama. Dat mag. Zullen we nu samen even een puzzel pakken?”
Of:
“Je vond het spannend om binnen te komen. Ik blijf nog even bij je. Zullen we samen kijken waarmee je kunt spelen?”
Je helpt het kind dan om van voelen naar verdergaan te bewegen.
Emoties mogen er zijn. Gedrag heeft grenzen.
Een nuance binnen emotie-coaching: alle emoties mogen er zijn, maar niet ieder gedrag dat uit een emotie voortkomt mag er zijn.
Een kind mag boos zijn, maar mag een ander niet slaan.
Een kind mag verdrietig zijn, maar kan tegelijkertijd leren om op een andere manier te vertellen wat het nodig heeft.
Een kind mag bang zijn, en we kunnen het tegelijkertijd helpen om iets toch te proberen.
Het doel is dus niet dat kinderen nooit meer huilen, boos worden of bang zijn. Het doel is dat ze steeds beter leren begrijpen: Wat voel ik? Wat vertelt dit gevoel mij? Wat heb ik nodig? En wat kan ik doen met wat ik voel?
Juist op spannende momenten kan emotie-coaching het verschil maken.
Een kind dat zich gezien en begrepen voelt, hoeft zijn energie minder te gebruiken om zijn gevoelens te verbergen en krijgt meer ruimte om te leren.
Dus wil je kinderen helpen om in de leerstand te komen?
Sta stil bij hun gevoelens!
En beloon niet het wegstoppen van tranen, maar juist het voelen en verdergaan.





Opmerkingen